Puddingkruimelvlaai

16

Na het maken van de boterkoek en de koffietulband voor Alwin om te trakteren op zijn werk, ben ik aan de slag gegaan met het maken van een puddingkruimelvlaai.

De boterkoek maakte ik eigenlijk voor het geval dat deze puddingkruimelvlaai niet helemaal zou lukken, daar was ik nog niet zo zeker van.

Maar na twee geslaagde projecten, ben ik vol goede moed begonnen aan dit project! 🙂

Voor het deeg heb ik het recept van CherryFizz’s Appelkruimeltaart aangehouden. Op zoek naar een geschikt recept, kwam ik een aantal recepten tegen waarin verse gist wordt gebruikt. Ik heb geen verse gist en weet dat dit niet altijd makkelijk verkrijgbaar is (tenzij het oliebollen tijd is). Ik was er ook niet zeker van of ik het kon vervangen door droge gist (wellicht met wat aanpassingen), dus ik ben nog even verder gaan zoeken. Toen kwam ik de appelkruimeltaart tegen van CherryFizz en die zag er wel erg lekker uit! Er wordt geen gist gebruikt, dus daar kon het niet aan liggen. Met een paar mini-aanpassingen heb ik dit recept gebruikt voor het deeg en dat ging perfect.

Helemaal fijn is dat je maar één keer een deeg hoeft te maken die je gebruikt voor de bodem én voor de kruimels. Heerlijk! Het aanrecht stond al helemaal vol met bakspullen en de afwasborstel had ik ook al een paar keer aangeraakt die dag… en dat terwijl we gewoon een vaatwasser hebben, maar ja, dat duurt allemaal te lang als je zoveel wilt bakken op één dag. Ideaal recept dus!

Voor de vulling heb ik ‘gewoon’ twee zakjes banketbakkersroom gebruikt van Dr. Oetker. Aan de ene kant omdat ik die dag al genoeg moest bereiden en aan de andere kant was het een veilige optie (toch altijd spannend een eerste keer iets bakken). Volgende keer maak ik de vulling absoluut zelf, maar voor deze dag vond ik het wel goed zo.

Voordat de puddingkruimelvlaai de oven in ging, zag hij er al zo mooi uit: ik was best een beetje trots! Maar ja, hij moest ook nog de oven in (en er weer uit), dus succes nog niet verzekerd. Maar het feit dat hij er zo mooi uit zag, daar werd ik al erg blij van. Dus hup, de oven in en 70 minuten wachten…. niet stiekem kijken, want dat kan natuurlijk niet altijd zomaar…

Ondertussen maar een beetje de keuken opgeruimd (het was echt een zooitje), de was opgevouwen, de vaatwasser leeggeruimd… pfff, wat kan wachten lang duren zeg…

Piep, piep, daar was hij: uit de oven en hij zag er super mooi uit! Ik was zo blij en zo trots. Wow, die zag er echt super uit! Nu afkoelen… vooral niet te vroeg in stukjes snijden, want dat doet zo’n vlaai geen goed. Maar hoe hij er uit zag… ik was blij! Elke keer als ik de keuken weer in liep, even kijken en ja hoor, weer een lach op mijn gezicht. Wat kun je toch blij zijn met ‘kleine’ dingen! 🙂

En toen dan eindelijk… klaar om in stukjes te snijden en uiteraard even proeven. Wow, nog trotser! Ongelooflijk lekker, echt waar! En viel hij in de smaak bij de collega’s? Ja, zeker, dit pronkstuk was als eerst op en iedereen was enthousiast. En Alwin? Alwin was net zo trots en vond hem echt geweldig én super lekker, om precies te zijn zei hij: “hij ziet eruit alsof hij net uit de winkel komt en zo smaakt hij ook”. Wow, een groter compliment kun je toch niet krijgen! 🙂 Ik ben helemaal blij en Alwin en zijn collega’s waren ook blij. Missie geslaagd!

Print Friendly, PDF & Email